Nieuws | 6 januari 2026 | Leestijd 6 minuten

Bouwen aan bruggen in de Raadszaal van Gemeente Ede | Verslag Wij Maken Oost-Nederland (28 november 2025)

Oost Nederland

Hoe blijven we het gesprek voeren over de ruimtelijke toekomst van Oost-Nederland? Dat was in meerdere opzichten het centrale thema van de 3de bijeenkomst van Wij Maken Nederland Oost, op 28 november 2025 in Ede. De Ontwerp Nota Ruimte schetst die toekomst, waarover Den Haag met de provincies en regio’s het gesprek aangaat via ‘roadshows’. Via Zienswijzen wordt daar dan weer een reactie op gegeven. En lokale fracties hebben hun verkiezingsprogramma’s geschreven voor de komende raadverkiezingen. Papier is geduldig, je kunt er mooie kaartjes op printen. Maar om elkaar te verstaan, verbinding te maken, de bredere dialoog te voeren, is iets anders nodig. Daarvoor zijn middelen nodig die minder zenden, uit het vakjargon stappen en het gevoel van mensen aanspreken.

Uit je hoofd komen en je gevoel aanzetten

Met zo’n 20 mensen zitten we in de raadszaal van de gemeente Ede. Vandaag is de roadshow van het ministerie van VRO in Gelderland, waar een deel van ons beoogde publiek bij is. De kleinere groep zorgt er wel voor dat we met de hele groep één gesprek kunnen voeren en de diepte in kunnen onder de fijne leiding van Ronald Löhr.

Een gesprek over inhoud. Over de ontwerp Nota Ruimte, het toekomstverhaal van Oost-Nederland en de Zienswijze die vanuit Wij Maken Nederland is opgesteld. Met de inhoud van het toekomstverhaal en Zienswijze is iedereen het wel eens. Het gesprek gaat vooral over de manier waaróp die grote opgaven vorm te geven, met een eigen, regionale aanpak die het gebiedseigen karakter en de identiteit van de gemeenschap versterkt.

Geen oplossingen uit het Westen, Oost-Nederland moet geen tweede Randstad worden. En het gesprek gaat bovenal over de manier waarop je verbinding maakt. Tussen rijk en regio, tussen bestuur en bewoner, tussen ambtenaren en ondernemers, tussen verschillende organisaties. Om zo met elkaar die ruimtelijke keuzes te maken en er handen en voeten aan te geven.

We blikken terug op de Oogstbijeenkomst van Wij Maken Nederland op de Dutch Design Week in Eindhoven, waar bij elke windstreek haar resultaat op een eigenzinnige manier presenteerde. Fien Snelting zong een prachtig lied over Oost-Nederland, gecomponeerd voor die middag, waarbij op het eind iedereen meezong. Hans Leeflang: ‘het was een manier om uit je hoofd te komen en je gevoel aan te spreken: wat raakt mij nou? Weg van het professionele jargon en het zenden.’

Van platte top down woondiscussie naar bredere culturele opgave

Het gevoel van zenden bekruipt verschillende aanwezigen bij de Nota Ruime. Iedereen is blij dat er eindelijk weer een visie ligt en heeft in de basis vertrouwen in de dialoog tussen rijk en regio. Maar, zegt iemand direct betrokken vanuit een regio: ‘Je hebt wel het gevoel dat die Nota Ruimte over je wordt uitgestort.’ Op de (roadshow)bijeenkomsten is het veel zenden en hoort men weinig nieuws. Andere regio’s constateren dat zij in de Nota Ruimte niet lijken te bestaan: ‘de Achterhoek is een witte vlek.’

De opgave die op Oost-Nederland afkomt is enorm. Waar tien jaar geleden nog sprake was van krimpregio’s, is er nu een grote beweging ‘Oostwaarts’. In plaats van een het eenzijdig laten landen van woningen moet het gaan over bouwen aan gemeenschappen met een eigen identiteit. ‘Vriendelijke verstedelijking’ heet het in Twente, maar we zien eigenlijk alle steden en dorpen in Oost worstelen met vriendelijke verstedelijking. Hoe houd je stad en dorp én toegankelijk en herkenbaar, voor nieuwkomer en huidige bewoner? We hebben het dan wel over ruimtelijke keuzes, maar het is een cultureel-maatschappelijke opgave: als we die opgave niet goed richting geven, verliezen we draagvlak en krijgen we conflicten in onze gemeenschappen. Hoe voeren we dat gesprek?

Verhalen blijven vertellen, met minder papier en meer beeld

Jooske Baris, strateeg bij gemeente Nijmegen, heeft een mooie anekdote. Binnen het college van Burgemeesters en Wethouders wilde de ene helft Nijmegen opstuwen in de vaart der volkeren met een schaalsprong; de andere helft wilde als het ware een stolp over de stad zetten, om de fijne stad te blijven die het is. Toen is een traject georganiseerd met het college om de verschillende beelden en ambities bij elkaar te brengen. Drie schrijvers werden uitgenodigd, waaronder een spoken word-artist. Het uiteindelijke resultaat is gevat in een video met bekende Nijmegenaar Sinan Can, die de essentie van Nijmegen in woord en beeld vertolkt. De video stelt het college in staat om het gesprek met elkaar en de stad te blijven voeren en het vertrouwen naar elkaar uit te spreken. Iets wat inhoud op papier nooit op die manier over kan brengen. En het is ook belangrijk om die verhalen te blijven vertellen, in plaats van het op te gaan schrijven. Zoals ook het levend houden van ervaringen, bijvoorbeeld de binnenstad van Zwolle die tijdens corona fietsvrij was gemaakt, wat iedereen eigenlijk heel prettig vond.

Zo praten we verder over ‘procesinterventies’, manieren om het bredere gesprek te voeren. En om lokale praktijken in (regionale) ruimtelijke processen te vertalen. Het gaat ook over mandaat en durf. Een visie kun je organiseren, maar verbinding en beweging tussen mensen is veel belangrijker. De praktijk is echter vaak anders, stelt een aanwezige: ‘Op veel plekken zitten we nog in de mindset “elke kans is er één”, wat voortkomt uit het krimpverleden. Men heeft het gevoel ”nu is het onze kans” ’. Met als risico er onvoldoende bij na te denken om die kans ook met kwaliteit vorm te geven, of misschien ook wel nee te zeggen tegen sommige ontwikkelingen. En dat zal ook moeten, want er is zo veel ruimte nodig voor alle opgaven, je móet keuzes maken en opgaven integraal en meervoudig organiseren. En dan is er ook nog zoiets als capaciteit bij organisaties. En veel bestuurders zijn geneigd naar West-Nederland te kijken, maar dat is niet onze identiteit en daar komen de goede oplossingen dus ook niet vandaan. Het gevoel bekruipt me een beetje dat de opgave die op Oost-Nederland af komt zó groot is dat de gemeenschap niet de tijd krijgt in die opgaven mee te groeien.

Bouwen aan bruggen met een waardevol netwerk

Werken aan een toekomst voor Oost-Nederland is mensenwerk. Iedereen ervaart het gesprek in deze setting als waardevol. Hans Leeflang: ‘Dit gezelschap is zó waardevol. Iedereen zit op een plek die ertoe doet, waar je het verschil kunt maken, als professional en als bewoner.’ Maar, stelt een van de aanwezigen, ‘hoe zorgen we ervoor dat onze achterbannen dit verhaal meekrijgen?’. ‘Nodig Fien uit om overal te komen zingen.’

Misschien moeten we wel een filmpje maken over het verhaal van Oost-Nederland aan de hand van de next practices, in plaats van dit verhaal nu weer op (digitaal) papier op te schrijven, wat ik nu aan het doen ben. Gelukkig zijn er ook een paar mensen bij het ministerie van VRO die dat ook zien. In 2026 volgt een Dag van de Ruimte, waarop je bij 40 plekken verspreid over het land het Nederland van morgen kunt ervaren in het nu. Een mooi tegenwicht van onderop tegen een top down-papierwerk van 355 pagina’s. We spreken af om elkaar te helpen met de manieren om het bredere gesprek te voeren, om bruggen te bouwen en om podia te maken. En om een beetje voorbij de waan van de dag te kijken, die vaak de aandacht opslokt en de manier van werken bepaalt.

Verschillende bondjes ontstaan aan het eind van de bijeenkomst om richting de gemeenteraadsverkiezingen in enkele regio’s het gesprek over de toekomst van de schaarse ruimte te voeren. Zo hebben we regiogroepen gevormd voor de regio’s Salland, Stedendriehoek, Achterhoek en Foodvalley. Ook zijn er voor alle regio’s in Oost NL-lijstjes gemaakt van vernieuwende praktijken. In de hoop dat nog meer mensen in Oost-Nederland gaan aansluiten bij onze campagne ‘Morgen is NU’. Het toekomstverhaal moet uiteindelijk in zoveel mogelijk regio’s en gemeenten van onderop verteld worden.

Ron Buiting
Adviseur Erfgoed en Ruimte
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed